\documentclass[a4paper,10pt]{article}


%opening
\title{Samenvatting AOB}
\date{28 August 2008 / 04 December 2008}

\begin{document}

\maketitle

\begin{abstract}
Dit is mijn studie hulpmiddel geweest voor het halen van het SNS Bank AOB exam. Als het jou kan helpen, mooi, maar veel sterkte toegewenst!
\end{abstract}

\section{A1 - Het Bankwezen in Nederland}

\subsection{Activiteiten van banken}
\begin{itemize}
\item transformatiefunctie - kennis van vermogensmarkt gebruiken voor omvormen van aangetrokken vermogen zodat vragers en aanbieders krijgen precies wat zij willen.
	\begin{itemize}
	\item primaire functie - banken en beleggingsinstellingen, naar risico (\textbf{krediet} waarbij alle leningen vormen \textbf{kredietportfolio}) of naar looptijd (uitzetten voor langere tijden levert \textbf{liquiditeitsrisico} op voor banken).
	\item afgeleide functie - verzekeraars en pensioenfondsen, ook institutionele beleggers.
	\end{itemize}
\item betalingsverkeer diensten - levert provisie op. 
\item bemiddelingsactiviteiten en dienstverlening - (samen met betalingsverkeer diensten = \textbf{provisiebedrijf van de bank}) levert provisies op:
	\begin{itemize}
	\item diensten effectentransacties
	\item afsluiten verzekeringen
	\item overnames en fusies door ondernemingen
	\item plaatsen obligatieleningen of aandelen
	\item overnemen financiele risico's
	\end{itemize}
\item handel finianciele markten voor eigen rekening/risico - \textbf{proprietary trading} \\
dat levert ook \textbf{marktrisco} op.
\end{itemize}

\subsection{Klantengroepen}
\begin{itemize}
\item particuliere klanten - standaard producten voor gewoon klant, maatwerk voor vermogende.
\item zakelijke klanten - rechtspersonen die transactie uit beroepsoefening; mkb, grootbedrijf, of corporates.
\item professionele klanten - verzekeringsmaatschappijen, pensionenfondsen, overheden, en andere banken; vaak proprietary trading.
\end{itemize}

\subsection{Samengaan banken/verzekeraars}
Fusies leiden tot financiele conglomeraten maakt mogelijk:
\begin{itemize}
\item inspelen op totaalbehoefte van klant - \textbf{allfinanz-producten} zoals spaarhypotheek, bestaan uit een combinatie van bancaire, verzekerings-, beleggins- en/of pensionenproducten.
\item efficiency en kostenbesparingen - elkaars distributiekanalen benutten en ondersteunende activiteiten gezamelijk uitvoeren.
\item aantrekken van spaargelden - banken profiteren van verzekeraarklanten die sparen.
\end{itemize}

\newpage
\section{A2 - Particuliere dienstverlening}

\subsection{Klantsegmenten}
\begin{itemize}
 \item gewoon particuliere relaties - retail banking
 \item vermogende relaties - aka private banking.
\end{itemize}

\subsection{Financieren}
Woning:
\begin{itemize}
 \item hypothecaire geldlening - recht van hypotheek ligt bij bank (verkoop huis als onderpand)
 \item vaste hypotheek - tijdens aflossing, daalt recht van hypotheek
\end{itemize}

Aflossingsvormen:
\begin{itemize}
 \item tijdens looptijd
 \begin{itemize}
  \item annuitaire aflossing - termijnbedraag bevat aflossings deel en rente deel, rente deel neemt af over tijd. Geen opnieuw opnemen van afgeloste bedragen.
  \item lineaire aflossing - termijnbedraag neemt af over tijd, omdat rest schuld daalt over tijd. Geen opnieuw opnamen van afgeloste bedragen.
  \item aflossen ineens - aan eind van looptijd, vak met beleggins/verzekerings polis. Hoofdschuld bijft constant over tijd. Alleen rente betalen.
 \end{itemize}
\end{itemize}

Concurrerende aanbieders:
\begin{itemize}
 \item pensioenfondsen / levensverzekeringsmaatschappijen
 \item hypotheekbanken
 \item bouwfondsen
\end{itemize}

Consumptief krediet:
\begin{itemize}
 \item aflopend krediet - geldlening in een keer binnen, los in vaste termijn af (aflossing annuitair).
 \item doorlopend krediet - leening tot bepaald bedrag opneembaar, los over looptijd af, eenmaal afgelost mag weer opgenomen worden, rentetarief volgt geldmarkt (aflossing annuitair).
 \item rekening-courantkrediet - klant mag rood staan op rekening, bepaald momenten positief saldo vereist, rente volgt geldmarkt.
 \item krediethypotheek - tweede hypotheek, basis van overwaarde op huis, extra aflossing en vervolg opnames toegestaan, rente is veel lager.
\end{itemize}

Concurrerende aanbieders:
\begin{itemize}
 \item financieringsmaatschappijen - mergebonden zoals autos, winkelketens.
 \item carduitgevende instellingen - zoals visa, etc.
\end{itemize}

\subsection{Spaarproducten}
\begin{itemize}
 \item spaarrekeingen vaste looptijd en depositorekeningen
 \item bijzondere vormen van sparen - AEX deposito bvb
\end{itemize}

\subsection{Betaaldiensten}
\begin{itemize}
 \item chartaal geld - bankbiljetten en munten
 \item giraal geld - geld op betaalrekening (betalen en ontvanen / verzorgen saldo-transactie informatie)
 \item elektronisch geld - digitaal geld (i.e. chipknip)
\end{itemize}

\subsection{Bemiddelings- en adviesdiensten}
Beleggingen factoren:
\begin{itemize}
 \item liquiditeit
 \item rendement
 \item risico
\end{itemize}

Soorten beleggingen:
\begin{itemize}
 \item aandelen - bewijs van mede-eigendom van ondernemingen, mogelijk doorverkopen aan andere beleggers, kan dividend opleveren.
 \item obligaties - schuldbewijs van onderneming dat geld geleed is en zal op bepaald datum terugbetalen, betaald hiervoor jaarlijks couponrente, kan doorverkopen.
 \item belegginsinstellingen - collectieve beleggen, gespreid om risico te verminderen, belegger niet actief bezig.
\end{itemize}

Bank diensten op gebied beleggen (zorgplicht speelt hier rol):
\begin{itemize}
 \item bemiddelen
 \item adviseren
 \item beheren
 \item analyseren
 \item bewaren
\end{itemize}

\subsection{Verzekeren}
Functioneren als tussenpersoon o itermediair. Naast sparen en kredieten, dus cross-selling genomed.

\subsection{Financiele planning}
Bank producten hiervoor en niet-bankproducten:
\begin{itemize}
 \item beleggen
 \item financieren
 \item verzekeren
 \item fiscaliteit
 \item pensionen en sociale zekerheid
 \item huwelijksvermogensrecht en erfrecht
\end{itemize}

\subsection{Distributiekanalen}
Particuliere klanten te bereiken via:
\begin{itemize}
 \item kantoor
 \item telefoon
 \item computer - electronisch bankieren
 \item internet
\end{itemize}

\newpage
\section{A3 - Zakelijke dienstverlening}

\subsection{Klantsegmenten}
\begin{itemize}
 \item midden- en kleinbedrijf (mkb) - accountmaanager mkb, retail banking
 \item grootbedrijf - accountmanager grootbedrijf
 \item corporaties - relationshipsmanager, wholesale banking
\end{itemize}

\subsection{Zakelijke kredietverlening}
\begin{itemize}
 \item korte kredietverlening - rekening-courantkrediet (rood staan) en kasgeldlening (vaste bedragen, korte vaste looptijd van week tot jaar), corporates mag kasgeldleningen voor een dag.
\end{itemize}

(middel)lange kredietverlening - langere looptijden, 1 tot 15 jaar
\begin{itemize}
 \item kredietlening - een keer opnemen en lost af via afgesproken schema.
 \item bulletlening  - een keer opnemen en lost af ineens.
 \item covenants     - vooraf gestelde gebeurtenissen zoals minder balansverhouding bij bedrijf, eisen geld eerder terug.
 \item liquiditeitstypische looptijd - totaal looptijd van opname tot laatste aflossing.
 \item rentetypische looptijd        - periode waarvoor rente vastligt.
 \item syndicaatslening              - lening door verschillende banken gezamelijk wordt verstrekt.
\end{itemize}

Specifieke vormen van (middel)lange kredietverlening
\begin{itemize}
 \item leasing 
 \begin{itemize}
 \item financiele lease   - koopt lessee een object en leent geld bij leasemaatschappij waarbij object is onderpand, juridisch (eigenaar object) eigendom ligt bij leasemaatschappij en economoisch (onderhoud object) ligt bij lessee.
 \item operationele lease - koopt leasemaatschappij object en verhuurt aan lessee, juridisch (eigenaar object) eigendom en economisch (onderhoud object) eigendom ligt bij leasmaatschappij.
 \end{itemize}
 \item achtergestelde lening / mezzanine financiering -  bij liquidatie van kredietnemer, bank krijgt geld pas na andere credituren, vaak voor leveraged management buy-outs.
 \item participaties - bank neemt deel in onderneming via pakketten aandelen te kopen, opgezet als dochteronderneming van bank.
\end{itemize}

Ondernemingen beleggen van overtollige liquiditeiten in:
\begin{itemize}
 \item deposito's
 \item cert. of deposit
 \item gelmarktfondsen
\end{itemize}

Betalen en cashmanagement
\begin{itemize}
 \item blanco overboeking - betaler geeft opdracht om overboeking te doen naar andere rekening.
 \item automatisch incasso
 \item documentair accreditief - beschikbaarstelling van geld, klaar leggen (bepaaldetijd) voor tegenpartij die aan een verplichting kan voldoen (bewijs overhandige bvb).
 \item saldobeheer - dagelijks beheren van saldi van betaalrekeningen van onderneming. Cashpool gebruiken (cluster van betaalrekeningen) voor een of meer ondernemingen.
 \item liquiditeitenbeheer - liquiditeitspositie beheren (tijdshorizon ligt verder weg dan saldobeheer.
 \item geldstroombeheer - verminderen van aantal betalingen, verlagen van trasactiekosten, vertragen van uitgaande betalingen, en versnellen van binnenkomende betalingen.
\end{itemize}

Bemiddelings- en adviesdiensten aan zakelijke relaties
\begin{itemize}
 \item investment banking
 \item vermogensbeheer - emissies enzo.
 \item voeren van trustactiviteiten
 \item verzekeren
 \item regelen van employee benefits
 \item adviseren bij rente- en valutarisico's
\end{itemize}

\textbf{Aandelen} - geef aandelen uit om eigen vermogen aan te sterken.

\textbf{Obligaties} - emissie heeft hoge eenmalige kosten (prospectus en provisie bank). Voor grote ondernemingen. 

\textbf{Medium term notes} - zijn afgesproken tot een maximum bedraag dat mag uitstaan, heeft onderneming geld nodig en max bedrag nog niet bereikt, mat \textit{trekking} doen door MTN's uit te geven.

\textbf{Commercial paper} - waardepapier met looptijd max 2 jaar, grote ondernemingen, prospectus bij elke emmisie.

\textbf{Overgenomen emissie} - bank garandeert een bepaalde emissieopbrengst door geheel emissie op te kopen tegen lager prijs. Bank verkoopt stukken door.

\textbf{Plaatsingsrisico} - risico dat bank niet alle stukken kwijt kan raken.

\textbf{Syndicaat} - meerdere banken bij emissie betrokken. 

\textbf{Leadmanager} is bank die prospectus opsteld, onderhandelingen voert met uitgevendepartij, en deel van emissie overneemt. 

\textbf{Underwriters} nemen deel over en proberen aan eigen klanten te verkopen. 

\textbf{Sellers} proberen alleen beleggers te interesseren voor waardepapieren en nemen geen deel van emissie over.

\textbf{Guichetemissie} - als geen enkel bank de emissie overnemt, dan alleen funcite als inschrijvingskantoor (staatsobligaties en obligaties van banken).

\textbf{Valutarisico} - risico dat schommelingen in koersen van vreemde valuta's een negatieve invloed hebben op de ondernemingen.
\begin{itemize}
 \item \textbf{Transactierisico} - dat winst van ondernemingen wordt aangetast doordat inkoop- of verkoopprijzen nadelig worden beinvloed bij valutakoersen (goederen / diensten betallingen in vreeemde valuta).
 \item \textbf{Translatierisico} - dat valutaschommelingen de waarde van een onderneming nadelig beinvloeden (activa in valuta en geen tegenovergestelde passiva in die valuta, zoals eigenom in US dollars).
\end{itemize} 

\newpage
\section{A4 - Financiele markten}
Financiele markt is een virtuele handelsplaats waarop finianciele producten worden verhandeld.

\subsection{Beurs en over-the-countermarkt}
Beurs: zoals Dow Jones of Euronext
\begin{itemize}
 \item aandelen en obligaties
 \item futures en opties
 \item voordeel - transacties vallen onder gestandaardiseerde voorwaarden en regelgeving.
 \item nadeel   - alleen standaard series van producten.
\end{itemize}

Over-the-countermarkt (OTC):
\begin{itemize}
 \item derivaten zijn maatwerk.
 \item OTC is uniek contract tussen twee partijen.
 \item geen standaardmondialiteiten, per product mag partijen van afwijken.
 \item partijen teken raamovereenkomst / master agreement.
\end{itemize}

\subsection{Geldmarkt}
\begin{itemize}
 \item banken voornaamste spelers.
 \item depositohandel - termijn van aangetrokken deposito's te laten verschillen van termijn van uitgezette deposito's.
 \item interbankcaire deposito's - varieren in looptijd van 1 dag tot 1 jaar.
 \item \textbf{EURIBOR} - European Inter Bank Offered Rate, benchmark voor geldmarkt.
 \item \textbf{EONIA} - European Overnight Index Average, daggeldrente benchmark.
\end{itemize}

\subsection{Kapitaalmarkt}
\begin{itemize}
 \item vermogenstitels (schuldbewijzen en aandelen) met lange looptijden.
 \item openbare kapitaalmarkt
 \item onderhandse kapitaalmarkt
\end{itemize}

\subsection{Valutamarkt}
\begin{itemize}
 \item allen contante affaire verhandelt.
 \item bepaald hoeveelheid valuta koopt, in ruil voor een andere valuta. 
\end{itemize}

\subsection{Dealingroom}
\begin{itemize}
 \item salesmen (werk voor rekening en risico van klanten) en traders (rekening en risco van bank).
 \item salesmen = klantenhandel
 \item traders = propietary trading
\end{itemize}

\subsection{Yieldcurve}
Een grafische weergave van de \textbf{relatie tussen looptijd en rentetarieven} voor die looptijd.

\begin{itemize}
 \item \textbf{normale yieldcurve} - stijgende verloop, normaal genoemd, stijging van rente verwacht.
 \item \textbf{dalende / inverse yieldcurve} - omgekeerde verloop, geldmarktrente hoger dan kapitaalmarktrente, daling van rente verwacht.
 \item \textbf{vlakke yieldcurve} - alle vastrentende beleggingen hetzelfde risicoprofiel (ongeacht looptijd) met ongeveer hetzelfde rendement, geen mening over toekomstige renteontwikkeling.
\end{itemize}

\newpage
\section{B1 - Balans en resultatenrekening van bank}

\begin{verbatim}
ACTIVA                  | PASSIVA
==========================================
Bezittingen             | Schulden
                        | Eigen vermogen
Totaal                  | Totaal
\end{verbatim}

\subsection{ACTIVA}
\subsection*{Kasmiddelen}
\begin{itemize}
 \item munten en bankbiljetten
 \item girale tegoeden bij DNB (kasreserve)
\end{itemize}

\subsection*{Bankiers}
\begin{itemize}
 \item interbancaire deposito's
 \item daggeld (deposito van een dag)
 \item correspondentrekeningen (nostrosrekening "van ons", lorosrekening "van hun")
 \item deposito's in vreemde valuta's (London Interbank Offered Rate (LIBOR))
 \item professionele beleggingstransacties (repurchase agreements)
\end{itemize}

\subsection*{Kredieten}
\begin{itemize}
 \item kredieten aan de overheid
 \item kredieten aan de private sector
 \item kredieten aan professionele tegenpartijen
\end{itemize}

\subsection*{Deelnemingen}
\textbf{Consolideren} - met < 50\% aandelen van andere bank/onderneming in bezit, dan boeken hier. Boven 50\% dan geheel balans van deelneming optellen bij eigen balans.

\subsection{PASSIVA}
\subsection*{Bankiers}
Als bank zelf geld leent op interbankiermarkt, komt het hier op de balanssheet.

\subsubsection*{Toevertrouwde middelen}
\begin{itemize}
 \item spaargelden
 \item overige toevertrouwde middelen 
 \item professionele effenctentransacties (repurchasetransacties waarbij bank geld leent en onderpand effecten heeft gegeven).
\end{itemize}

\subsection*{Schuldbewijzen}
\begin{itemize}
 \item obligatieleningen (bank financieert lange uitzettingen te financieren)
 \item certificats of deposit (USA, uitgifte programma, afgesproken met DNB max in de markt)
 \item medium term notes 
 \item floating rate notes (variabele rente gebassierd op EURIBOR-tarieven)
 \item converteerbare obligatieleningen en warrantleningen (omzetbaar in aandelen / langlopende calloptie dat is ook verhandelbaar)
 \item spaarbrieven en bankbrieven (belegger krijgt altijd inzet terug, maar maakt kans op rente winste op basis van kapitaalmarkt)
\end{itemize}

\subsection{Samenstelling eigen vermogen}
\begin{itemize}
 \item geplaatste aandelenkaptaal - nominale waarde van de aandelen uitgegeven via beursemissie of onderhandse plaatsing
 \item reserves - (agioreserve, herwaarderingsreserves, overige reserves)
\end{itemize}

\newpage
\section{B2 - Toerekenen van het Renteresultaat}
\subsection{Martrentemethode}
\begin{itemize}
 \item commercieel resultaat
 \item resultaat op niet-rentedragende activa en passiva
 \item transformatieresultaat
\end{itemize}
\begin{verbatim}
                     =======
                     = REV =
                     =======
      ======       ===========        ======
      = SB =       = Tresury =        = KB =
      ======       ===========        ======
       (CR1)     (Transformatie)      (CRII) 

CR1  = % SB rente verschil * deposito euros
CRII = % KB rente verschil * krediet euros
Transformatie resultaat =   % rente aan KB * krediet euros
                          - % rente aan SB * deposito euros
                          - % rente aan REV * eigenvermogen euros
                          =======================================
                             Transformatie resultaat euros
\end{verbatim}

\subsection{Embedded opties}
Sommige vastrenende leningen hebben ingebouwde opties, zoals een vastrentend krediet met een offertetermijn van 6 maanden. De kreditenemen heeft recht op deze lening gedurend die 6 maanden op afgesproken rentecondities, maar hoeft niet.

\newpage
\section{B3 - Rendement en Risico}

\subsection{Rendement op eigen vermogen (REV)}
\begin{verbatim}
REV = nettowinst / eigen vermogen * 100% 
let op: op balance sheet, eigen vermogen is "Passiva - Aandelen vermogen".
\end{verbatim}

\subsection{Toewijzing van vermogen}
\begin{itemize}
 \item vereist toetsingvermogen
 \item economic capital
\end{itemize}

\subsubsection{economic capital}
Bij kredietverlening wijst bank economic capital toe. Zij delen alle kredieten in reisicoklassen (basis van historisch gegevens). Hoeveelheid varieert per risicocategorie:
\begin{verbatim}
 Economic capital = lening euros * % risicoklas (van een tabel)
\end{verbatim}

\subsection{Risk adjusted performance measures}
\begin{verbatim}
Return on solvency (ROS) =
             toegerekend nettowinst
 -----------------------------------------------------   * 100%
 verplicht eigen vermogen op basis van solvabilitietseis

Return on Risk Adjusted Capitol (RORAC) = toegerekend nettowinst
                                          ----------------------   * 100%
                                             economic capital
\end{verbatim}

\newpage
\section{C1 - Het monetaire beleid van de ECB}
\subsection{Organizatie van de ECB}
\begin{itemize}
 \item vaststellen/uitvoeren monetaire beleid
 \item aanhouden/beheren officiele reserves EU-lidstaten
 \item uitvoeren valutamarktoperaties
 \item bevorderen spoepele betalingsverkeer
 \item bijdragen beleid bedrijfseconomische toezicht op kredietinstellingen en stabilitiet financiele stelsel
\end{itemize}

\subsubsection{monetaire beleid van de ECB}
\begin{itemize}
 \item stabiel prijsniveau (inflatie rond 2\%)
	\begin{itemize}
	 \item indicator = liquiditeitenmassa (hoeveelheid liquiditeit omloop eurogebied) via M3 definitie:
		\begin{itemize}
	 	 \item chartaal geld
	 	 \item giraal geld
	 	 \item direct opeisbaar spaartegoed
	 	 \item depositos looptijd $<$2 jaar of resterende loptijd $<$3 maand
	 	 \item verhandelbaar schuldpapier looptijd $<$2 jaar
		\end{itemize}
	\end{itemize}
 \item evenwichtige economische groei (M3 groei is afgeleide doelstelling) niet meer dan 4,5\%
\end{itemize}

\subsection{Instrumenten van monetaire beleid}
\begin{itemize}
 \item geldmarkt - geldmarktruimte = saldo banken bij ECB
	\begin{itemize}
	 \item ECB zorgt voor kunstmatig tekort op geldmarkt
	 \item banken kunnen aanvullen met steunoperaties = repotransacties met looptijd 2 weken (basisherfinanciering), met herfinancieringsrente/refinancing rate.
	 \item commerciele rentetarieven volgen tarieven ECB
	 \item inflatie beinvloed door commerciele rentetarieven van banken.
	\end{itemize}
 \item rente op geldmarkt = EURIBOR tarieven, wijken niet veel af van herfinancieringsrente
 \item ECB bepaald met herfanancieringstarieven (RefiRente) tamelijk exact de EURIBOR-tarieven.
 \item banken gebruiken EURIBOR-tarieven om commerciele rentetarieven te berekenen.
\end{itemize}

\subsection{Officiele rentetarieven van ECB}
\begin{itemize}
 \item marginale beleningsrente (MBR) - hoogste rente, ligt doorgaans 1\% boven RefiRente.
 \item marginale depositorente (MDR) - laagste rente, ligt altijd 2\% onder MBR en doorgans 1\% onder RefiRente.
\end{itemize}
Als ECB subtiel rentesignaal wil geven = past RefiRente aan. Om niet te misverstaan rentesignaal te geven = wijzigt officiele tarieven.

\begin{verbatim}
------------------------------------- marginale beleningsrente (MBR) 4,25%


_____________________________________ herfinancieringsrente 3,25%


------------------------------------- marginale depositorente 2,25%

(marktrente zal schommelen rond herfinancieringsrente, op en neer)
\end{verbatim}

\newpage
\section{C2 - Het toezicht op het bankwezen}

\subsection{Soorten}
Twee soorten zijn \textbf{wettelijk toezicht} en \textbf{nit-wettelijk toezicht}

\subsection*{Wettelijk}
\begin{itemize}
 \item functinoeel toezicht
 \begin{itemize}
  \item algemeen deel - Wet op financieel toezicht (Wtf).
  \item markttogang financiele ondernemingen - vergunning van DNB.
  \item prudentieeltoezicht - bedrijfsechonimische pesentaties van individuele financiele instellingen.
  \item gedragstoezicht - integriteit van financiele instelling en zijn medewerkers
 \end{itemize}
 \item strafrechtelijk toezicht
\end{itemize}

\subsection*{Niet-wettelijk}
Gebasseerd op zelfregulering, zoals Nederlandse Vereniging van banken (NVB) en het Dutch Securities Institute (DSI).

\begin{verbatim}
Het toezicht op de banksector in Nederland

             |==================================|
             |  Nationaal toezicht op de banken |
             |==================================|
                   |                     |
                   |                     |
        ==================          =======================
       |Wettelijk toezicht|        |Niet-wettelijk toezicht|
        ==================          =======================
          |             |                               | 
          |             |                               |
  ===================  ========================         |-- NVB
 |Functional Toezicht||Strafrechtelijk Toezicht|        |
 |     (Wft)         ||   OM, FIOD-ECD         |        |-- DSI
  ===================  =========================   
           |
           |
           |-- Vergunningsplicht (DNB)
           |
           |-- Gedragstoezicht (AFM)       [lopend toezicht]
           |
           |-- Prudentieel toezicht (DNB)  [lopend toezicht]
           |
           |-- Structuurtoezicht (DNB)     [lopend toezicht]
\end{verbatim}

\subsection*{Gedragstoezicht (AFM)}
\begin{itemize}
 \item regels mbt Chinese Walls - fysieke/organisatorish/personele scheiding van belangenconflicten, voorkomen uitwisseling koersgevolige informatie.
 \item gedrags regels individuele medewerkers.
 \item regels mbt koersgevoelige info/privebeleggingstransacties.
\end{itemize}

\subsection*{Prudentieel toezicht (DNB)}
\begin{itemize}
 \item toezicht op solvabiliteitspositie
 \item toezicht op liquiditeitspositie
 \item toezicht op operationeel risico
\end{itemize}

Repressieve maatregelen bij prudentieel toezicht zijn \textbf{wijzen op ongewenste ontwikkelingen}, \textbf{bindende aanwijzing geven}, en \textbf{extra maatregelen}.

Repressieve maatregelen bij lopende toezicht zijn \textbf{boetes en dwangsommen}.

\subsection{Internationaele toezicht}

\subsection*{Bazels Comite}
\begin{itemize}
 \item coordinatie van nationale toezicht
 \item implementeren van uniforme toezichtwetgeving
\end{itemize}

\textbf{Bazels Concordaat} - betrekking op coordinatie van bankentoezicht.
\textbf{Bazels Akkoord} - aanbeveling voor toezichtwetgeving, aanbevelingen voor solvabiliteitseisen.

\newpage
\section{C3 - De infrastructuur van het betalingsverkeer}

\subsection{Verwerkingsprocess}
\subsection*{Clearinginstelling}
\begin{itemize}
 \item sorgeren van betaalinstructies.
 \item sturen van settlementinstructies.
 \item sturen van alle relevante info om te verevenen tussen betrokken banken.
\end{itemize}

\subparagraph*{Equens} - stuurt kavel elke half uur naar \textbf{TARGET2-platform}.

\textbf{bruto-settlement} - houdt geen rekening met compenserende settlements.

\textbf{netto-settlements} - houdt wel rekening met compenserende settlements.

\textbf{TARGET2} - Real Time Gross Settlement (RTGS) system, verwerkt hoogwaardige payments realtime.


\subparagraph*{Europese clearingsystemen} - verenigd Euro Banking Association (EBA) initiatief.

\textbf{EURO1} - verwerkt hoogwaardige payments realtime (like TARGET2).

\textbf{STEP1} - verwerkt niet spoedeisende payments.

\textbf{STEP2} - moet functioneren als clearinghouse voor bulkbetalingen.


\subparagraph*{SWIFT} - Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunications, zorgt voor interbankier transactie verkeer wereldwijd.


\newpage
\section{D1 - Risico's en risicomanagement bij banken}
\subsection{Soorten risicos's bij banken}
\begin{itemize}
 \item renterisico - dat netto renteresultaat wordt negatief beinvloed door veranderingen in de rente.
 \item liquiditeitsrisico - dat bank niet kan voldoen (zonder noemenswaardig verlies) aan verplichtingen; opvragen saldi, gebruik van klant kreditlijnen, verplictingen van derivatentransactie.
 \item marktrisico - proprietary trading; posities negatief beinvloeden door koersen/rentestanden op financiele markten.
 \item kreditrisico - tegenpartij van de bank niet aan verplichtingen voldoen (settlementrisico).
 \item juridisch risico - vordering op tegenpartij niet wettelijk kan afdwingen.
 \item operational risico - onderneming problemen; inadequate organisatie, menselijk gedrag, gebreken in systeem, externe gebeurtenissen.
 \item systeemrisico - bank komt in probleem door dat een andere bank niet aan verplichtingen kan voldoen (Herstattrisico).
 \item reputatierisico - naam wordt geschaad.
 \item strategisch risico - verkeerd strategische beslissingen.
\end{itemize}

\subsection{Risicomanagementproces}
\begin{itemize}
 \item onderkennen van risico's
 \item formuleren van beleid
 \item vertalen van beleid naar operationele maatregelen
 \item meten van risico
\end{itemize}

\subsection{Centrale risicocommissies van de bank}
\begin{itemize}
 \item Concern Krediet - richt op kredietrisico op portefeuilleniveau.
 \item Asset \& Liability - richt op risico's die samenhangen met bankbalans; toezicht treasury activitieten, afstemmen activa/passiva/geldstromen, bepalen samenstelling van eigen funding.
 \item Market Risk - bezig met nieuwe financiele producten en systeem/modellen om waarde/risico's van producten te bepalen.
 \item Operational Risk - operational risico's beheren; kwalitatief of kwantitatief.
\end{itemize}

\newpage
\section{D2 - Marktrisico}
Risico dat de waarde van een hadelspositie verslechtert als gevolg van ongunstige koersbewegingen.

\subparagraph*{Value at risk (VAR}
Backtesting elke dag om te voorspellen met een bepaalde waarschijnlijkheid het maximale handelsverlies van de handelaren van de bank. Gebaseerd op historishe gegevens, dus uitschieters worden niet meegenomen. Geeft goed beeld bij 'business-as-usual'.

\subparagraph*{Stresstests}
Kijken of bank in staat is om uitzonderlijke schokken op de financiele markten op te vangen.

\newpage
\section{D3 - Kredietrisico}
Risico dat tegenpartijen van de bank niet aan hun verplichtingen kunne voldoen.
\begin{itemize}
 \item debiteurenrisico
 \item tegenpartijrisico
 \item settlementrisico
\end{itemize}

Noot: meer TODO hier.

\newpage
\section{D4 - Operationeel risico}
Risico dat een bank verlies leidt door een inadequate organisatie, door onwenselijk menselijk gedrag, door onvolkomenheden in de informatietechnologie of door nadelige externe gebeurtenissen.

Noot: meer TODO hier.

\newpage
\section{D5 - Renterisico en liquiditeitenrisico}
Risico's die samenhangen met de transformatiefuncite van de bank.

\begin{verbatim}

Duration =  % waardeverandering waardepapier
            --------------------------------
                   renteverandering
                   
Rente verschil - duration = Koersverschil
               
\end{verbatim}

Noot: meer TODO hier.

\newpage
\section{D6 - Bazelse Akkoorden}
\subsection{Historie}
\begin{itemize}
 \item 1988 Bazels Akkoord (Bazel I).
 \item 1997 Bazels Akkoord uitgebreid met solvabiliteitseisen voor marktrisico (oorzaak: Barings Bank).
 \item 2004 Bazel II opgesteld met nieuwe raamwork voor risicobeheersing van banken.
\end{itemize}

\subsection{Bazel II}
Bestaat uit drie pijlers:
\begin{enumerate}
 \item minimale kaptiaaleisen
	\begin{itemize}
 	 \item kredietrisico
	 \item marktrisico
	 \item operationeel risico
	\end{itemize}
 \item permanente risicoanalyse
 \item transparantie (met betrekking tot risico's van banken)
\end{enumerate}

\subsubsection{Minimale kapitaaleisen}
\begin{verbatim}
BIS-ratio:     [Bank for International Settlements (BIS)]
Kapitaalratio = toetsingsvermogen / totaal risico-equivalenten * 100%
Risico-equivalenten = (12,5 * risico)
MOET MINIMAAL 8% ZIJN!
\end{verbatim}
Omdat BIS-ratio 8\% is, hanteert de toezichthouder een correctiefactor 
van 12,5. Alle door bank gerapporteerde risico's worden eerst met 
deze 12,5 vermenigvuldigd. Alle risico-equivalenten worden opgeteld 
en verdeeld op toetsingsvermogen.

\subsubsection*{Toetsingsvermogen = (Tier 1 + Tier 2 + Tier 3)}
\begin{enumerate}
 \item Tier 1 (kernkapitaal) - aandelenkapitaal, algemene reserve, agioreserve, reserve koersverschillen, Fonds Algemeen Risico's (FAR), perpetuele leningen. 
 \item Tier 2 (aanvullend kapitaal) - herwaarderingsreserves, achtergestelde leningen met looptijd $>$5 jaar.
 \item Tier 3 (overig kapitaal) - achtergestelde leningen met looptijd 2 -- 5 jaar
\end{enumerate}

Met deze regels:
\begin{itemize}
 \item als Tier 1 $<$ (Tier 2 + Tier 3), dan telt deel van Tier 2/3 niet mee als bovenuit Tier 1 komt.
 \item Tier 3 vermogen mag alleen marktrisico dekken.
\end{itemize}

\subsubsection{Permanente risicoanalyse}
Onderschijdt 4 onderdelen:
\begin{enumerate}
 \item altijd ruimschots aan kapitaaleisen voldoen (soms extra aanhouden)
 \item goede interne controleprocedures en beleid
 \item regelmatige check door toezichthouder
 \item snel ingrijpen door toezichthouder
\end{enumerate}

\subsubsection{Bevorderen transparantie}
Strengere eisen aan informatie banken geven over:
\begin{itemize}
 \item mate waaraan eisen uit pijler 1 en 2 voldoen
 \item hoeveelheid kapitaal
 \item omvang van kreditrisico, marktrisico, income at risk, equity at risk, en operational risico
 \item risicobeheersingsmechanism
\end{itemize}

\subsection{Berekening kreditrisico}
\begin{itemize}
 \item standardised approach - verdeel vorderingen in verschillende klassen op basis van externe ratings, dus risico-equivalenten = (ratings klasse percentage * omvang kredit). Nadelen zijn hoge wegingsfactoren en veel partijen hebben geen ratings.
 \item internal rating based (IRB) approach - opdelen in homogene groepen en een van internal ratings approach applied\footnote{PD - Probability of Default, EAD - Exposure at Default, LGD - Loss Given Default.}:
	\begin{itemize}
	 \item foundation - banken zelf per subkredietklasse een inschatting van PD. LGD en EAD waarden zijn voorgeschreven door toezichthouder.
	 \item advanced - banken mogen naast kans op faillisement (PD) zelf de EAD and LGD inschatten.
	\end{itemize}
\end{itemize}

\subsection{Berekening marktrisico}
\subsubsection*{Standaardrapportage}
\begin{verbatim}
Risico-equivalent = 12,5 * totaal marktrisico
\end{verbatim}
\subsubsection*{VaR-modellen}
Value At Risk modellen gaan uit van normale marktomstandigheden, dus maximale risico wordt onderschat.

Voorwaarden voor banken:
\begin{itemize}
 \item handelsafdeling moet onafhankelijke afdeling risicomanagement.
 \item leiding actief betrokken bij risicobeheer.
 \item interne controle plaatsvinden.
 \item regelmatig stresstesten.
 \item model testen door middel van backtests.
\end{itemize}
\begin{verbatim}
Risico-equivalent = 12,5 * totaal marktrisico * DNB correctie factor

DBN correctie factor = 3 als backtests show bank model goed inschat
bij slechte backtests dan factor 4.
\end{verbatim}

\subsection{Kapitaaleisen operational risico}
TODO - p1age D6.8 en D6.9

\end{document}

